Jihadiste Xaviera S. ging in beroep, en dat had ze beter niet kunnen doen
Je sluit je aan bij IS, plundert woningen, bedreigt vanuit het kalifaat Nederlandse journalisten (mij en Ebru Umar), hoeft daarvoor de cel niet meer in en krijgt slechts een taakstraf van 480 uur. Je kunt het je bijna niet voorstellen, maar ‘jihadbruid’ Xaviera Swagemakers ging daartegen in beroep. En dat pakte, voor de verandering, niet heel goed uit.
‘Absoluut niet,’ was het eerste wat ik zei toen mijn advocaat Richard Korver vroeg of ik bij het hoger beroep aanwezig wilde zijn. Voor de zekerheid, want hij wist ook wel dat Ebru en ik behoorlijk teleurgesteld waren over de gang van zaken. Wéér een rechtszaak. Dat zou betekenen dat ik wéér een slachtofferverklaring moest opstellen, zoals ik twee jaar eerder vanaf mijn vakantieadres had gedaan, op nota bene mijn verjaardag. Wéér alles oprakelen. Wéér kostbare tijd kwijt. En voor wat? Ik wilde geen seconde meer aan dat mens of die rechtszaak besteden. Ebru dacht er precies hetzelfde over. Bovendien vond ik dat Korver al genoeg voor ons had gedaan, waar ik hem overigens zeer dankbaar voor ben.
Als ik zeg dat de eerste zitting en uitspraak een teleurstelling waren, is dat behoorlijk zacht uitgedrukt. De zaak kwam pas in 2024 voor, terwijl de bedreigingen uit 2015 dateerden. Genoeg tijd om ons in te lichten, toch, zou je denken? Alleen gebeurde dat niet. Justitie lichtte ons pas een week van tevoren in over de zittingsdatum, en ook in eerdere communicatie ging van alles mis. En dan de uitspraak zelf: vrijspraak voor plundering, geen celstraf meer voor het lidmaatschap van een terroristische organisatie en de schadevergoeding voor ons, de bedreigde journalisten, werd afgewezen.
Wel kreeg ze 480 uur taakstraf. Een taakstraf! Voor alle ellende die dat mens met haar jihadistische waanwereld heeft veroorzaakt. Ik schreef daar toen dit stuk over. En tegen dat toch al milde vonnis ging ze ook nog eens in beroep. Waarom, vraag je je af? Ze was er al zo goed mee weggekomen.
Laat me u even meenemen naar 2014-2015, de hoogtijdagen van het kalifaat. IS had een gebied zo groot als Engeland ingenomen in Syrië en Irak. Jezidische mannen werden massaal geëxecuteerd en in massagraven gedumpt, hun vrouwen en kinderen als slaaf verkocht. Steeds meer ‘vijanden van de islam’ werden publiekelijk geëxecuteerd. Journalist James Foley was het eerste westerse slachtoffer wiens onthoofding in een propagandavideo werd vastgelegd. Hierna volgden talloze journalisten, activisten, hulpverleners, hele groepen christenen en andere minderheden – de ene (massa)executie gruwelijker dan de andere.
Sinds 2013 deed ik onderzoek naar vrouwelijke jihadisten. In Nederland sprak ik met familieleden van kalifaatgangers en reisde ik op en neer naar het Midden-Oosten en de Turks-Syrische grens om verhalen over onder andere vluchtelingen en slachtoffers van IS te schrijven. Op een dag was ik terug in Nederland en zag ik dat – dankzij een beruchte Nederlandse IS-terrorist – de IS-vrouwen lucht hadden gekregen van mijn onderzoek. Toen begon de haatcampagne, onder leiding van Xaviera S. Zij bedreigde mij met de dood en spoorde anderen aan hetzelfde te doen. Hieronder de eerste van vele posts.

Xaviera was een van de meest beruchte IS-vrouwen online. Zo deelde ze een screenshot van de in oranje geklede, toegetakelde, onthoofde journalist James Foley. Met hartjes en lachende smileys. Aanslagen, waaronder die in Parijs, werden door haar online ‘gevierd’. Ook Ebru Umar bedreigde ze meerdere keren met de dood op Twitter.
De haatcampagne tegen mij hield maanden aan. Ik herinner me nog hoe ze ervan genoot, en hoe kwaad ze werd toen haar accounts een voor een de lucht uit werden gehaald door moderators. Hierdoor heb ik maar weinig screenshots kunnen maken. En het bizarre? Een van haar familieleden deed er gewoon aan mee, aan het zaaien van haat, zag ik online.
(Nog een bizar detail: een onderzoeker met wie ik wel eens samenwerkte en die goed contact had met de familie van Xaviera, wilde ineens niets meer met mij te maken hebben, bang om zelf doelwit te worden van bedreigingen en haatcampagnes. En uit angst om haar contacten te verliezen, want zo gaat dat)
In de jaren die volgden werd ik somber en depressief. Ik kreeg paniekaanvallen, vliegangst, sprong een keer in Turkije uit een rijdende auto omdat ik dacht dat ik werd gekidnapt, en ik dook ineen bij harde geluiden. Uiteraard stopte ik ook met mijn onderzoek naar IS-vrouwen. Uiteindelijk bleek in 2020 dat ik PTSS had. Tijdens de EMDR-therapie moest ik steeds opnieuw het gezicht van Xaviera voor me halen. Dit alles schreef ik in 2024 op in mijn slachtofferverklaring. Maar één ding heb ik er toen niet in gezet, wellicht omdat ik het zelf toen ook best confronterend vond: ik voelde me in die jaren banger in Nederland dan in het Midden-Oosten, vanwege de vele IS-aanhangers hier, de aanslagen in heel Europa en de vele bedreigingen vanaf Nederlandstalige accounts.
Kun je je dat voorstellen? Banger in je eigen land dan in bijvoorbeeld Iraaks-Koerdistan, op pakweg honderd kilometer van dat horrorkalifaat?
Enfin. Xaviera en haar advocaat vonden 480 uur schoffelen blijkbaar een te zware straf. Dus kwam er een hoger beroep. Geen slachtofferverklaring, geen aanwezigheid – ik wilde er niets meer mee te maken hebben en er geen seconde meer mee bezig zijn. Mede daarom had er ook weinig positiefs van verwacht.
De zitting kwam en de uitspraak volgde. Die moest ik – wederom – via de media (lees: GeenStijl) vernemen, want natuurlijk was Korver weer niet tijdig ingelicht. Uiteindelijk kreeg ik het vonnis doorgestuurd. Het maakte me meteen weer boos hoe ze de schuld op haar dode ‘echtgenoot’ gooide: die zou vanaf haar account mij hebben bedreigd. Het hof zag daar gelukkig geen bewijs voor.
Wat ik eerder over het hoofd had gezien, waren de leugens van Xaviera en haar familie.
‘Voorts blijkt uit de verklaringen van de verdachte en haar stiefmoeder dat Stoter Boscolo bij de woning van de moeder van de verdachte heeft voorgedaan alsof zij bij de politie zat (dus: ‘undercover werkte’) om informatie over de verdachte in te winnen.‘
Laat ik dit hier dan maar even rechtzetten: ik heb deze mensen enkel via Facebook gecontacteerd, in de tijd dat ik onderzoek deed naar IS-vrouwen en talloze interviews afnam met familieleden van jihadisten. Ik vroeg of ik ze als journalist mocht interviewen. Niks geen bezoek aan de deur: zou niets eens weten waar die mensen wonen. En ik heb me al helemaal niet voorgedaan als iemand van de politie. Dat dit soort beschuldigingen, enkel gebaseerd op de woorden van de verdachte en haar stiefmoeder, zonder tegenspraak in een uitspraak van het Gerechtshof terechtkomen, vind ik behoorlijk kwalijk. Ik zie dit (wederom) als een poging van Xaviera en haar familie om mijn integriteit als journalist aan te tasten en mij het zwijgen op te leggen.
Hoe dan ook, Xaviera werd deze keer wél veroordeeld voor plundering. De taakstraf bleef in grote lijnen staan (400 uur in plaats van 480). Ze kreeg ook een contactverbod, zoals eerder. En het hof vond de bedreigingen tegen ons zo ernstig dat ze werden aangemerkt als een terroristisch misdrijf: bedreiging met moord met terroristisch oogmerk. Ja ja, dat is nogal wat, en zeker in een tijd waarin IS journalisten executeerde en die moorden vervolgens als propaganda gebruikte.
‘De verdachte heeft met haar berichten het oogmerk gehad om een deel van de Nederlandse bevolking ernstige vrees aan te jagen, gelet op het feit dat de bedreigde een journalist was die in het Midden-Oosten heeft gewerkt en over Nederlandse jihadisten heeft geschreven, en gelet op het tijdsgewricht waarin de berichten zijn verstuurd, waarin […] meerdere journalisten door IS zijn gegijzeld en geëxecuteerd.’
Tot mijn grote verbazing werd de schadevergoeding voor Ebru en mij dit keer niet afgewezen. Een schamel bedrag wel, dat bij wijze van spreken de uren EMDR-therapie niet eens vergoedt. Laat staan als je nagaat hoeveel tijd, werk, opdrachten, gezelligheid en een bepaalde blik op het leven we door haar zijn kwijtgeraakt. Dat zijn dingen die je nooit meer terugkrijgt.
Maar toch, dat het hof de immateriële schade nu wel erkende, deed me goed. Ik had eindelijk het gevoel dat we serieus werden genomen. Al met al was de uitkomst dus positiever dan ik had verwacht. Want ik had precies niets meer verwacht.
Ik heb expres gewacht met het schrijven van dit stuk totdat de cassatietermijn was verstreken. Ergens verwachtte ik namelijk nog dat ze het lef zouden hebben om daarin te gaan. Maar dat deden Xaviera en haar advocaat niet. Verstandig.
Dit vonnis is definitief. En dat betekent dat ik, ergens midden 2027 – of wellicht nog later, want zo lang duurt het allemaal – dit hoofdstuk definitief kan afsluiten. Twaalf jaar na de bedreigingen: exit Xaviera. Finito!
Hoger beroep pakt blijkbaar lang niet altijd goed uit. En heel eerlijk: hoe klein dan ook, dit voelt als een overwinning.
Dit artikel las u gratis. Als u het waardeert dat ik dit soort verhalen schrijf, kunt u mij steunen met een donatie. U bepaalt zelf het bedrag. Alvast heel veel dank!